Direct naar inhoud

Meld je aan voor de NDFF nieuwsbrief

Aanmelden Opent in een nieuw venster

Volg ons

Nederland op 1 km² – Aflevering 2: Coepelduynen

Content type: Nieuws

Het veldseizoen is begonnen en in de Coepelduynen trekken ecologen opnieuw het duin in. In deze tweede editie van Nederland op 1 km² zoomen we in op kilometerhok 88-471 in de Coepelduynen tussen Noordwijk en Katwijk. Dat is een representatief vak dat vooral uit duingebied bestaat, met daarnaast een smalle strook strand en zee. 
 

Boswachter ecologie Alex Zuijdervliet voert in de Coepelduynen SNL-metingen uit om de natuurkwaliteit in kaart te brengen.

In dit hok voert boswachter (ecologie) Alex Zuijdervliet van Staatsbosbeheer dit jaar SNL‑metingen uit: een gestandaardiseerde inventarisatie van de natuurkwaliteit. Tegelijkertijd worden die gegevens – samen met meer dan 250 miljoen andere waarnemingen – opgenomen in de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), waar ze beschikbaar komen voor beheer, beleid en onderzoek. 

Juist dit kilometerhok laat zien hoe dat werkt. Van wat er groeit en verandert in het veld, tot hoe die informatie wordt gebruikt om natuur te begrijpen en keuzes te maken — in dit gebied én daarbuiten. 

In het veld: meten volgens protocol 

In het veld voert Alex Zuijdervliet zelf een deel van de flora‑kartering uit, volgens een vaste werkwijze. “De inventarisatie gebeurt volgens vaste SNL‑protocollen,” legt hij uit. “Daarin staat welke soorten per ronde relevant zijn en hoe je die meet. In het voorjaar kijk je naar andere soorten dan in de zomer, zodat je samen een compleet beeld opbouwt.”  

In het veld werkt hij met een raster van 50 bij 50 meter. Hij werkt daarbij met een digitale kaartapp (ArcGIS Field Maps). Hij voert per rastervak de waarnemingen – soorten en welke aantallen- direct in. “Het is geen detailmeting per vierkante meter, maar een manier om systematisch te bekijken hoe het met een gebied gaat. Je loopt het hele gebied door en legt vast waar de belangrijke soorten zitten.” 

Doordat deze metingen volgens een vaste methode worden uitgevoerd, zijn ze ook goed vergelijkbaar met eerdere rondes. In de Coepelduynen gaat het dit jaar om flora. Andere soortgroepen, zoals broedvogels en insecten, worden in andere jaren gemeten. 

Kilometerhok 88-471 in de Coepelduynen, zoals weergegeven in de Flora & Fauna Verkenner van de NDFF.

Wat zie je in kilometerhok 88-471?

Kilometerhok 88-471 ligt midden in de Coepelduynen, een relatief klein maar opvallend dynamisch duingebied tussen Katwijk en Noordwijk. Grote hoogteverschillen zorgen hier voor veel afwisseling. Op de warme, droge zuidhellingen groeien soorten als duinaveruit en zanddoddegras. De koelere noordhellingen zijn juist soortenrijk, met onder andere nachtsilene en grote tijm. Het kalkrijke zand, ontstaan door afzettingen van de Rijn, maakt het gebied extra bloemrijk. Hier groeien soorten als wondklaver en planten uit het zeedorpenlandschap, zoals blauwe bremraap. Ook wind en verstuiving spelen een belangrijke rol. Die dynamiek zorgt op kleine schaal voor veel variatie in vegetatie en leefgebied.

Wat je ziet, bepaalt wat je doet 

De waarde van SNL‑metingen zit niet alleen in het meten zelf, maar vooral in wat je ermee doet. én hoe je die informatie interpreteert. In de Coepelduynen zag Alex bijvoorbeeld dat in een vochtige duinvallei kenmerkende soorten verdwenen, waaronder moeraswespenorchis. “Door natte jaren stonden delen van de vallei langdurig onder water. Dan verdwijnen soorten in één klap.”  

Moeraswespenorchis, een kenmerkende soort van de vochtige duinvalleien in de Coepelduynen (foto: Saxifraga, Ed Stikvoort).

Dat was aanleiding om in te grijpen. Door te plaggen – het verwijderen van de voedselrijke bovenlaag – komt het kalkrijke zand weer aan de oppervlakte. Dat geeft soorten die bij het duinsysteem horen opnieuw een kans. Ook soorten die juist niet in het gebied thuishoren, worden in beeld gebracht. Zo komt de exoot rimpelroos op meerdere plekken voor. Door die mee te nemen in de kartering, kan het beheer gerichter worden ingezet om verspreiding tegen te gaan. 

Tegelijkertijd ziet hij ook dat natuurlijke processen juist goed werken. Zo zorgen zandverstuivingen ervoor dat nieuwe, open plekken ontstaan. “Door die dynamiek knapt de vegetatie op. Dat zijn natuurlijke processen die passen in het ecosysteem, waar we kleinschalig in het beheer op inspelen.’

Trends: wat verandert er in dit gebied? 

SNL‑metingen geven waardevolle momentopnames van de natuurkwaliteit, maar zijn op zichzelf vaak onvoldoende om trends goed te bepalen. Tegelijkertijd is zes jaar een lange periode om alleen op te sturen. Alex: “Daarom combineren we eens per zesjaarlijkse beheerevaluatie met andere monitoring, bijvoorbeeld via vrijwilligers die volgens NEM-protocollen tellen – zoals dagvlinderroutes en broedvogeltelplots.” Die aanvullende gegevens zorgen ervoor dat veranderingen eerder zichtbaar worden.

Door die combinatie ontstaat een beter beeld van wat er speelt in het gebied: 

SNL‑metingen richten zich vooral op de kwaliteit van een specifiek natuurgebied en helpen bij beheer en evaluatie: worden de natuurdoelen gehaald en moet het beheer worden bijgestuurd? 

Van meten naar sturen op lange termijn 

De zesjaarlijkse SNL‑cyclus is voor Staatsbosbeheer een belangrijk moment om te evalueren. “Als soorten achteruitgaan ten opzichte van de vorige meting, weten we dat we moeten ingrijpen,” zegt Alex. Soms gaat het om praktische maatregelen in het veld, zoals maaien, begrazing of plaggen. In andere gevallen spelen grotere systeemvragen, bijvoorbeeld rond waterhuishouding. 

Tegelijkertijd is het niet alleen een verhaal van problemen. “Er gaat ook veel goed in natuurgebieden. Dat wordt vaak minder gezien, maar het is wel belangrijk om dat mee te nemen.” Juist door beide kanten zichtbaar te maken — wat werkt en wat niet — ontstaat een realistischer beeld van natuurontwikkeling. 

SNL‑data in de praktijk: van veld naar gebruik 

De gegevens uit dit kilometerhok worden na het veldwerk aangeleverd aan de NDFF. Daar worden ze onderdeel van een groter geheel, waarin verschillende databronnen samenkomen, zoals vrijwilligerswaarnemingen en meetnetten.  Voor Alex is dat dagelijkse praktijk: “Zelf gebruik ik de NDFF bijna dagelijks. Niet alleen voor onze eigen data, maar ook voor waarnemingen van anderen. Dat helpt om het complete beeld te zien.” 

Zo zorgt de NDFF voor kwaliteit en hergebruik 

Volgens data-analist bij de NDFF, Martijn van Sluijs, begint de betrouwbaarheid van SNL-data al in het veld. “De gegevens worden verzameld door professionals volgens vaste protocollen. Daarnaast kan meestal goed worden vergeleken en gecontroleerd, omdat dezelfde plekken in eerdere inventarisatierondes ook zijn bezocht. In de NDFF doorlopen deze waarnemingen vervolgens het reguliere validatieproces.”  

Voor de toekomst ziet Martijn vooral kansen in het beter vastleggen van aanvullende informatie, zoals looproutes en soortenlijsten. “Veel SNL-waarnemingen zijn wel beschikbaar in de NDFF onder het juiste protocol, maar vaak is niet alle relevante informatie beschikbaar. Door die metadata beter op te nemen en beschikbaar te stellen, wordt de data waardevoller voor hergebruik. Dan kun je bijvoorbeeld ook afleiden naar welke soorten wél is gezocht, maar niet zijn gevonden. Dat levert een completer beeld op voor verspreidingsanalyses en trendonderzoek.” 

Ook het combineren van databronnen levert volgens hem veel waarde op. “We slaan dit soort data samen met andere databronnen op één plek op in een gestandaardiseerd datamodel. Daardoor borgen we de gegevens voor de toekomst en kunnen we ze beschikbaar maken voor andere toepassingen, zoals landelijke verspreidingskaarten.” 

Meer lezen? Bekijk ook aflevering 1 van Nederland op 1 km², over de 250 miljoenste waarneming in de NDFF in Bakel.